![]()
verbreding... |
|
Zorg dragen
|
voor kinderen... Kinderen opvoeden tot mensen die zich positief kunnen handhaven in de wereld van vandaag en morgen is geen 'kinderspel'. Het bijbrengen van kennis is slechts één van de doelen in de hedendaagse school. Het aanleren van vaardigheden, zoals het opzoeken van informatie via encyclopedieën, computer, internet,... is momenteel even belangrijk. Daarnaast worden leerlingen op onze christelijk geïnspireerde school geleerd op een positieve manier met elkaar om te gaan, zoals ons 2000 jaar geleden werd voorgeleefd. Ook voor leerkrachten is er heel wat veranderd. Vanuit een christelijke levensvisie houden leerkrachten van vandaag steeds twee vragen voor ogen: - Voelt elk kind zich goed in de klas bij vrienden en leerkracht? - Wordt elk kind echt actief betrokken bij het klasgebeuren? |
|
|
|
|
|
1 Leerkrachten zorgen voor een goede sfeer in de klas en onderhouden een positieve relatie met de leerlingen. Er is aandacht voor een gezellige klasinrichting, waar kinderen zich thuis kunnen voelen. In veel klassen start men 's morgens in de onthaalhoek. Er wordt ook een sfeer gecreëerd waar kinderen rustig kunnen werken. De klas wordt op maat van de kinderen geschikt, waar elk kind individuele aandacht kan krijgen. Kinderen kunnen hun gevoelens en emoties luchten. In sommige klassen is er een klachtenbus. Er wordt ruimte voorzien voor positieve interacties tussen de leerlingen onderling. In de kring kan alles gezegd worden (en wordt er vooral ook geluisterd). Tijdens de lesuren is er ook even tijd voor een brok humor, een kwinkslag, een grap... |
|
|
|
|
|
2 De lessen worden aangepast aan het niveau van het kind. Leerlingen krijgen mogelijkheden om te werken volgens eigen tempo en niveau. In het hoekenwerk kunnen de leerlingen zelf een onderwerp kiezen en samenwerken met klasgenootjes. Leerlingen met problemen worden door de leerkracht even apart genomen. Soms worden ze doorgestuurd naar de taakleerkracht, of wordt de hulp van het C.L.B. (Centrum voor leerlingenbegeleiding, vroeger P.M.S.) ingeroepen. Leerkrachten weten welke leerlingen wat meer tijd nodig hebben voor een taak, maar ook van wie ze iets meer mogen verwachten. Zwakkere leerlingen worden geholpen, sterkere leerlingen krijgen extra taken. Voor meerdere lessen worden de leerlingen verdeeld in niveaugroepen, zodat ze op eigen tempo kunnen groeien in hun ontwikkeling. |
|
|
|
|
|
3 Er worden voldoende doe-activiteiten voorzien. De activiteiten van de leerlingen in de klas beperken zich niet tot alleen maar luisteren. Leerlingen doen vooral veel. Leerkrachten voorzien dan ook veel variatie in de opdrachten. Er wordt niet alleen geluisterd, gelezen en geschreven, maar vooral gesproken, gezongen, toneel gespeeld, gedanst, geknutseld,... Veel leerspelletjes hebben een weg gevonden in de klas. Leerlingen kunnen door middel van spelopdrachten 'proefondervindelijk' leren. De computer is hierbij een nuttig werkinstrument |
|
|
|
|
|
4 De lessen en opdrachten zijn aantrekkelijk voor de leerlingen. Leerkrachten zoeken lesinhouden die bij de leefwereld en de interesses van de kinderen horen. Via de ideeënbus krijgen de leerlingen de kans zelf onderwerpen voor te stellen. Via bosklassen, zeeklassen, bezoeken, uitstappen, leerwandelingen komen de leerlingen rechtstreeks in contact met de werkelijkheid. Waar dat niet onmiddellijk lukt, wordt de werkelijkheid in klas gebracht via video, tv, computer ( internet, cd-rom,...). We beschikken ook over een projectiesysteem voor video, tv en computerbeelden (op een scherm van 2 x 2 meter). Ook de leerlingen brengen heel wat materiaal mee naar de klas. Soms komen ook mensen uit de buurt (een opa, de bibliothecaris, een leerkracht op rust) in klas om te vertellen. |
|
5 Leerlingen kunnen zelf initiatief nemen. De leerlingen krijgen verantwoordelijkheden in de klas (planten verzorgen, ophalen van werkjes, orde in de klas,...). Soms helpen ze ook bij de klasinrichting. In sommige klassen krijgen de leerlingen inspraak in het bepalen van de lesonderwerpen van een bepaald thema. Ze bepalen als het ware zelf wat ze willen weten over dat thema. Bij aanvang van het schooljaar maken de leerlingen samen met de leerkracht de klasafspraken. In het hoekenwerk kiezen de leerlingen zelf in welke hoek ze willen werken. |
Er is dus heel wat veranderd in het schoolgebeuren. Kinderen hebben meer dan vroeger nood aan individuele begeleiding en persoonlijke opvang. Als katholieke school proberen wij op dat vlak onze taak zo goed mogelijk te volbrengen. |