Terug naar school!Terug!

Leve de gymles!

BinnenActie!

Actie! Actie!

PERKHINKELEN op de speelplaats...

1. De objecten : "hinkelblokjes - pittenzakjes"

Voor het hinkelen, met als doel : voorthuppelen op één been, gebruik je een stukje hout, dat goed glad is. Het houtblokje mag alleen maar verder schuiven (niet tuimelen).

Voor het hinkelen, met als doel : het gooien en mikken, gebruik je een pittenzak. Het materiaal is bij ons te vinden onder de overdekte speelplaats in een emmer.

AFSPRAKEN MET DE KINDEREN : - Het materiaal gebruik je enkel om te hinkelen. - Gedaan met hinkelen = het materiaal terug in de doos.

2. Twee soorten hinkelspelen

Je kan de hinkelspelen indelen in twee soorten nl.:

- deze waarin het gaat om het hinkelen (voorthuppelen op één been) ;

DOELSTELLINGEN LEERPLAN : PRAKTISCHE VAARDIGHEDEN - inschatten van kracht bij het schuiven - coördinatie - evenwicht - spierversterkend voor het hinkelbeen

Hierbij laten de kinderen het hinkelblokje met de voet van nummervakje tot nummervakje voortschuiven.

- deze waarin het gooien en mikken het belangsrijkste is.

DOELSTELLINGEN LEERPLAN : BALVAARDIGHEDEN - mikken - afstand schatten - gooien met linker en rechter hand (= lateralisatie)

Hierbij gaat het vooral om het gooien met de hand. De pittenzak wordt dan steeds van vooraan voor het perk in een nummervakje gegooid. Eerst in 1, dan 2, 3, enz.. Steeds daartussen wordt er heen en weer over het perk gehuppeld op één been, soms ook spreidstand. (zie perk A)

3. Hinkelperk A Perk A

hinkelspel 1 : hinkelen met blokje

Je staat voor het perk, in het vakje start en met je hand laat je het blokje in nr. 1 schuiven. Op je ene voet probeer je het nu (al hinkelend) in nr. 2 te laten schuiven. Je springt zelf naar 2 en dan probeer je het blokje in nr. 3 te krijgen, daarna in 4, 5, enz.... steeds verder tot in de hemel. Je moet wel opletten dat je voet nooit op de lijnen terechtkomt; ook het blokje moet steeds binnen het bedoelde nummervakje belanden (niet op de lijn en niet in een ander nummervak). Als je blokje in de hemel ligt spring je met twee voeten samen en met een halve draai in de hel, zodanig dat het hinkelperk terug voor je ligt. Nu mag er een paar seconden gerust worden. Nu neem je het blokje op en je huppelt terug naar start. D.w.z. op hemel, 7,4 en 1 sta je telkens met je ene voet. Op 8, 9, 5, 6, 2 en 3 sta je telkens in spreidstand met één voet in elk nummer. bv.: één voet in 8 en één voet in 9. Slaag je er tijdens de heenweg echter niet in om tot in de hemel te komen en je blijft bv. haperen op 2, omdat je fout deed, dan laat je de volgende aan de beurt en doe jij verder op 2 als het terug jouw beurt is. (Je hoeft dus niet steeds te herbeginnen).

Opm.: - Laat de kinderen niet altijd op hetzelfde been hinkelen.

Afdaling : *Kinderen die het moeilijk hebben laat je wisselen van been tijdens het hinkelen of laat je toe om de 3X het blokje met de vrije voet te schuiven naar het volgende nummervak. *Kinderen die echt op de sukkel zijn, kun je laten hinkelen met twee voeten samen. Er wordt dan gesprongen van vak naar vak op twee voeten samen. Het blokje wordt verschoven met één been en het andere been steunt op de grond.

hinkelspel 2 : gooien met pittenzak

Je staat op start en je gooit de pittenzak met linker/rechter hand in 1. Hierna wordt er over het vak 1 gesprongen en op één been verder gehuppeld tot in de hel. Bij 2, 3, 5, 6, 8, 9 wordt er een spreidstand gemaakt waarbij telkens 1 voet in elk van de twee nummers terechtkomt. In de hel spring je met een halve draai en je legt de weg terug, op dezelfde manier af. Je neemt de pittenzak onderweg mee en je springt met een halve draai op start, twee voeten samen. Probeer nu de pittenzak op 2 te gooien. Je hinkelt weer heen en terug op dezelfde manier. Maar bij de heenweg spring je over het vakje 2 en in het terugkomen, neem je de pittenzak terug mee. Je doet dit zo voor elk nummer.

Opm. : - Laat de kinderen ook gooien met de niet voorkeur hand.

Afdaling : *Kinderen die het moeilijk hebben kan je laten gooien met twee handen. Het springen kan hier niet veel problemen opleveren, omdat het springen vlot gaat. *Kinderen die voortdurend blijven steken op 4 kan je laten gooien van in vak 1. Doe dit echter niet te vlug.

4. Hinkelperk B

Perk B

hinkelspel 3 : hinkelen met blokje

Dit spel verloopt analoog met het hinkelspel 1 . Er is alleen dit verschil dat de nummervakken 4 en 5 in een punt naast elkaar liggen, zodat het moeilijker wordt om hier het blokje binnen de driehoek te krijgen. Start en hemel ontbreken hier.

Opm. : - Laat de kinderen niet steeds op hetzelfde been hinkelen.

Afdaling : *zie hinkelspel 1

hinkelspel 4 : gooien met pittenzak

Dit spel verloopt analoog met het hinkelspel 2. Er is alleen dit verschil dat de nummervakken 4 en 5 in een punt naast elkaar liggen, zodat het moeilijker wordt om hier in een spreidstand te springen, zonder dat de lijnen worden geraakt.

Opm. : - Laat de kinderen ook eens gooien met de niet voorkeur hand.

Afdaling : *zie hinkelspel 2

5. Hinkelperk C

Perk C

hinkelspel 5 : hinkelen met blokje

Dit spel verloopt analoog met het hinkelspel 1.

Opm. : - Dit spel is makkelijker dan de vorige. Het is steeds dezelfde afstand en het blokje moet ook bijna steeds recht voor je voet verder worden geschoven.

Afdaling : *zie hinkelspel 1

hinkelspel 6 : gooien met pittenzak

Dit spel verloopt analoog met het hinkelspel 2

Opm. : -Dit spel is makkelijker dan de vorige, omdat de werpafstand klein blijft. Kinderen die problemen hebben met gooien, kan je best bij dit hinkelspel laten beginnen.

6. Hinkelperk D

Perk D

hinkelspel 7 : hinkelen met blokje

Je gooit het blokje op maandag en hinkelt op één been naar dit vak. Daarna schuif je al hinkelend met de voet het blokje terug naar uit. Blijft het blokje op een lijn liggen, of raak je met de voet een lijn, dan ben je af. Lukt het je wel, dan gooi je het blokje naar dinsdag en hinkel je zoals hierboven beschreven via maandag terug naar uit. Zo wordt de hele week afgewerkt tot en met zondag en weer terug. Wie het blokje per ongeluk op de verkeerde dag gooit, moet zijn beurt aan de volgende geven.

Opm.: - Dit spel is al tamelijk moeilijk, omdat de schuifafstand heel beperkt is.

Afdaling : *Laat kinderen die met moeite hinkelen met twee voeten samen.

hinkelspel 8 : gooien met pittenzak

Je gooit de pittenzak van in "uit" op maandag. Je hinkelt naar dinsdag, woensdag, enz. tot op zondag. Op zondag mag er op twee voeten eventjes gerust worden. Al hinkelend keer je de dagen van de week terug je neemt de pittenzak die op maandag ligt en springt met twee voeten samen op uit. Idem gooien op dinsdag, enz.

Opm. : - Dit spel is tamelijk makkelijk, omdat de gooiafstanden klein zijn. Laat kinderen met gooiproblemen bij dit spel starten.

7. Hinkelperk E Perk E

hinkelspel 9 : hinkelen met blok

Dit spel verloopt analoog met hinkelspel 1. Het vraagt wel een goeie uithouding, er zijn namelijk 17 vakken om te hinkelen. De doelstelling : inschatten van de schuifafstand komt hier heel sterk aan bod. De vakken zijn namelijk heel klein.

Opm.: - Moeilijk voor een eerste leerjaar.

Afdaling : *zie hinkelspel 1

hinkelspel 10 : gooien met pittenzak

Dit spel verloopt analoog met hinkelspel 2. De doelstelling mikken komt hier heel sterk aan bod. De vakken zijn namelijk heel klein.

Opm. : - Moeilijk voor het eerste leerjaar.

Afdaling : *zie hinkelspel 2


Gymjuf!"ZORG DAT DE KINDEREN SUCCES BELEVEN EN DAAL AF INDIEN NODIG. WANNEER EEN KIND SUCCES ONDERVINDT ZAL HET HET SPEL MET PLEZIER BLIJVEN SPELEN." (Ann Vanhollebeke)


(Terug naar boven!)