Een leerlijn rond pesten...

Gepeste...Pester

Pesten creatief benaderd...

Boos!

'Pesten, dat kan niet'-Prijs

Jeugd & Vrede v.z.w.

Hoofddoelstelling

Via gevarieerde leeromgevingen klasdoorbrekend en vakoverschrijdend de complexe problematiek van pesten voor de leerlingen vertalen vanuit diverse gezichtspunten die gebaseerd zijn op onze schoolse realiteit:
  • kinderen worden het slachtoffer van ongeoorloofd gedrag dat niet zomaar meer als plagen kan omschreven worden;
  • kinderen beseffen niet welke gevolgen hun gedrag kan hebben op korte en/of lange termijn voor andere leerlingen;
  • kinderen beschikken over te weinig durf en/of bekwaamheid om pestgedrag af te wijzen.
  • Door implementatie en integratie van sociale vaardigheden en technieken:

  • worden de leerlingen weerbaar tegenover pestgedrag;
  • worden ze bewust wat deze gedragingen teweeg kunnen brengen;
  • kunnen de leerlingen de nodige assertiviteit aan de dag leggen om in te gaan tegen pestgedrag.

  • Eerste leerjaar

    Uitgangspunt:

    Voorleesboek: 'Het vuurspuwend MONSTER(tje)' van Luk Depondt (Een fabel, een sprookje, een verhaal, 2 gedichten en 2 ministrips... zeven maal 'Pesten anders bekeken!'

    'Een leeuwtje dat durft te brullen tegen een pest-vos.'

    'Een kind dat zich alleen op de wereld voelt.'

    'Een wrede koning die leert kijken door de ogen van een ander.'

    'Malika die eindelijk haar verhaal kan doen bij de juf.'

    'Een olifantje dat ontdekt dat het méér kan.'

    'Een kind dat een echt (?) MONSTER(tje) wordt.'

    'Kippen die leren dat ze samen sterk en groot zijn.'

    Doeboekje: 'Ik en jij, samen wij' van Miet Fournier (Op de speelplaats..., gewoon anders..., oei ruzie!..., wat kan jij dat goed!..., rood van woede!..., in de brievenbus..., ik en jij, samen weer wij..., je droomwolk...)

    Lesonderwerpen: (Vormingsmap 'Een vuurspuwend MONSTER(tje) Pesten anders bekeken' met kopieerbladen van Luk Depondt voor leerkrachten van kinderen tussen 5 en 9 jaar)

  • 'Ik?' (Welbevinden en zelfwaardegevoel) Wat vind ik leuk aan mezelf, wat vind ik leuk aan jou!
  • 'Brul voor het te laat is...' (Sociale vaardigheden) Wat zou je doen als?Hoe zou jij je voelen als? Verschillende probleemsituaties bespreken. Wat zijn de gevolgen van je reactie?
  • 'Oei, ruzie!' Wat doe je als je vrienden ruzie maken? Verder spelen?,... meevechten?,... de juf halen?,... tussenbeide komen en de ruzie stoppen?...
  • 'In de brievenbus.' Hoe was het vandaag op school? Was er iets leuk of ergs? Teken het en stop de tekening in de brievenbus van de klas.
  • Creatieve verwerking:

    Maskers maken: de pester, de gepeste, de dieren uit het sprookje...

    Maskers

    Dieren uit 'Het vuurspuwend MONSTER (tje)': olifant, leeuw, muis en vos...


    Pesten

    Pesthoek...

    in de hoek...

    Pesthoek...

    Uit de hoek...


    Tweede leerjaar

    Uitgangspunt:

    Voorleesboek: 'Het vuurspuwend MONSTER(tje)' van Luk Depondt (Een fabel, een sprookje, een verhaal, 2 gedichten en 2 ministrips... zeven maal 'Pesten anders bekeken!'

    'Een leeuwtje dat durft te brullen tegen een pest-vos.'

    'Een kind dat zich alleen op de wereld voelt.'

    'Een wrede koning die leert kijken door de ogen van een ander.'

    'Malika die eindelijk haar verhaal kan doen bij de juf.'

    'Een olifantje dat ontdekt dat het méér kan.'

    'Een kind dat een echt (?) MONSTER(tje) wordt.'

    'Kippen die leren dat ze samen sterk en groot zijn.'

    Doeboekje: 'Ik en jij, samen wij' van Miet Fournier (Op de speelplaats..., gewoon anders..., oei ruzie!..., wat kan jij dat goed!..., rood van woede!..., in de brievenbus..., ik en jij, samen weer wij..., je droomwolk...)

    Lesonderwerpen: (Vormingsmap 'Een vuurspuwend MONSTER(tje) Pesten anders bekeken' met kopieerbladen van Luk Depondt voor leerkrachten van kinderen tussen 5 en 9 jaar)

  • 'Een klein stil ding!' (Pestsituaties herkennen en aanpakken) Als men pestsituaties niet aanpakt, wordt de gepeste een 'klein, stil ding'. Hoe omgaan met pestsituaties? Een verhaal, een prent,...wat vind je van het gedrag van de kinderen?,... hoe zou het anders kunnen?,... wat zou jij doen?, waarom?...
  • 'Luisteren naar woorden diep in mij. Kijken door de ogen van anderen...' (Werken rond gevoelens) Blij, boos, bang, verdrietig. Praten over eigen gevoelens en die van anderen.
  • 'Samen zijn we sterk en groot!' (Een stevige groep) Pestsituaties worden doorbroken als de groep opkomt voor de gepeste. Spelsituaties waar een 'stevige' groep een belangrijke rol speelt.
  • Creatieve verwerking:

    We zoeken 'woorden' uit kranten, we maken een slogan...

    Woorden uit kranten....


    Derde leerjaar

    Uitgangspunt:

    Video: 'Pudding Tarzan' van Soren Kragh-Jakobsen (Deense speelfilm van 1981)

    'Ivan Olsen is een jongen van 8 jaar oud. Hij woont in Denemarken, in een havenstadje. Op school heeft hij het moeilijk. Hij wordt door de andere kinderen gepest: ze doen hem pijn, schelden hem uit, beschadigen zijn kleren en materiaal, ... Zijn vader noemt hem 'Pudding Tarzan'. Een scheldnaam die al vlug door iedereen wordt overgenomen. Hij leert Ole kennen, een kraanman die hem met een rijdende kraan leert werken. Zo'n prestatie had niemand van de wrede klasgenoten van Ivan verwacht...'

    Lesonderwerpen: (Achtergrondinfo uit de educatieve map 'Pesten, je kan er heel wat aan verhelpen' van Jeugd & Vrede)

  • Dramatisatieoefening: het verschil tussen pesten, plagen en ruziën.
  • Pesten, wat doe je eraan?
  • Creatieve verwerking:

    Versnipper 'die pestwoorden' en maak er een slogan van...

    Versnipperd!


    Pesten , plagen, ruziën...

    Pesten

  • gebeurt met opzet, veelal met voorbedachten rade;
  • met de bedoeling iemand de kwetsen;
  • gebeurt meer dan eens, systematisch;
  • de pestkop voelt zich machtiger dan de gepeste;
  • meestal een groep (pestkop, meelopers en supporters) tegen een geïsoleerd slachtoffer;
  • een vaste structuur: de pestkoppen zijn meestal dezelfden, de gepesten ook;
  • er kunnen erge gevolgen zijn voor de gepeste;
  • de relatie tussen pestkop en gepeste herstelt traag en moeilijk nadien;
  • de gepeste voelt dat hij/zij niet meer bij de groep hoort;
  • de groep lijdt onder het onveilig gevoel als gevolg van het probleem.
  • Pesten

    Plagen

  • gebeurt onbezonnen, spontaan;
  • heeft geen kwade bijbedoelingen;
  • duurt niet lang (onregelmatig);
  • speelt zich af tussen 'gelijken';
  • meestal is het verdraagbaar of plezierig ("Plagen is om kusjes vragen") maar het kan ook kwetsend overkomen;
  • meestal één tegen één;
  • nu eens plaagt de ene, dan weer de andere;
  • de pijn (lichamelijk of geestelijk) is van korte duur;
  • de relaties worden nadien onmiddellijk weer hervat;
  • het geplaagde kind blijft volwaardig lid van de groep;
  • de groep lijdt er niet onder.
  • Plagen

    Ruzie

  • gebeurt meestal spontaan;
  • meestal is de bedoeling het zoeken naar de oplossing van een probleem;
  • kinderen zouden moeten leren ruziemaken (met elkaar in discussie treden);
  • duurt meestal niet lang;
  • kan zich best ook afspelen tussen 'gelijken';
  • meestal worden meningen, met vaak hevige en emotionele argumenten op een hevige en emotionele wijze uitgelegd;
  • meestal één tegen één;
  • wisselende deelnemers aan het conflict;
  • zo'n ernstig conflict hoeft niet noodzakelijk het einde van een vriendschap te betekenen.
  • Ruzie


    Vierde leerjaar

    Uitgangspunt:

    Boek: 'Juul' van G. De Maeyer

    Juul wordt kapot gepest. Letterlijk en figuurlijk. Een eeuwig durend gruwelijk sprookje her- en her- en herverteld.

    Lesonderwerpen: (Achtergrondinfo uit de educatieve map 'Pesten, je kan er heel wat aan verhelpen' van Jeugd & Vrede)

  • Stellingenspel 'Ren je rot' (De leerkracht leest een stelling i.v.m. pesten, plagen of ruziën. De leerlingen krijgen de tijd om even na te denken over de stelling. Op het teken van de leerkracht lopen de leerlingen naar de stoel, met daarop het bordje 'waar' of naar de stoel met het bordje 'niet waar'. Iedereen blijft op z'n gekozen plaats staan en nu wordt de stelling klassikaal besproken.)
  • Pesten, wat doe je eraan?
  • Creatieve verwerking:

    'Juul' maken met houtrestjes... 'In het verhaal van Juul hoorden we dat hij ontzettend leed door de pesterijen van z'n klasgenoten. Het werd zelfs zo erg dat hij zichzelf verminkte. Om te bewijzen dat wij vinden dat pesten niet kan, zullen we vandaag Juul weer opbouwen.'

    4 Juuls


    Waar of niet waar? (stellingenspel)

  • Pesten is erger dan plagen, want pesten gebeurt met opzet. (waar)
  • Bij plagen wil men iemand met kwade bedoelingen pijn doen. (niet waar)
  • Pesten houdt steeds na een tijdje vanzelf op. (niet waar)
  • Wie pest, voelt zich machtiger dan de gepeste. (waar)
  • Eens ruziën is niet zo erg als pesten. (waar)
  • Plagen kan plezierig zijn. (waar)
  • Pesten, dat is steeds één tegen één. (niet waar)
  • Een ruzie duurt meestal niet zo lang. (waar)
  • Het zijn nogal dikwijls eens dezelfde kinderen die gepest worden. (waar)
  • De gevolgen van pesten zijn niet zo erg. (niet waar)
  • Na het plagen, blijven vrienden vrienden. (waar)
  • Wie gepest wordt, hoort dikwijls niet meer bij de groep. (waar)
  • Soms maken we ruzie, omdat we nog niet goed kunnen discussiëren. (waar)
  • Kinderen die gepest worden, zijn dikwijls bang. (waar)
  • Na een ruzie, word je nooit meer goede vrienden. (niet waar )
  • Wie pest, wil eigenlijk niet echt iemand pijn doen. (niet waar)
  • Plagen duurt meestal niet lang. (waar )
  • Ruzie gebeurt steeds tussen een sterk en een zwak kind. (niet waar)
  • Pesten gebeurt meestal met een groep tegen één slachtoffer. (waar)
  • De pestkoppen op school zijn nogal dikwijls dezelfde kinderen. (waar)
  • Als plagen zich steeds herhaalt tegen hetzelfde kind, dan wordt dat eigenlijk pesten. (waar)
  • De gevolgen van plagen zijn heel erg. (niet waar)
  • Het is moelijk om na het pesten goede vrienden te worden. (waar)
  • Wie eens geplaagd wordt, hoort er niet meer bij. (niet waar)
  • Bij een ruzie komt er soms veel lawaai aan te pas. (waar)

  • Vijfde leerjaar

    Uitgangspunt:

    Boek: 'Morgenster' van Ellen Tijsinger

    Thomas wordt op school gepest en echte vrienden heeft hij niet. Als hij zijn krantenwijk doet, ontmoet hij Rosa de Morgenster. Hij sluit vriendschap met het meisje. Maar hij begrijpt niet waarom ze langs de straten zwerft als haar vader zo rijk is. En Rosa snapt niet waarom Thomas zich laat pesten.

    Lesonderwerpen: (Achtergrondinfo uit de educatieve map 'Pesten, je kan er heel wat aan verhelpen' van Jeugd & Vrede)

  • Plagen, ruziemaken en pesten: het grote verschil.
  • Pesten, wie doet mee en wat gebeurt er? Pesten, er is altijd wat aan te doen!
  • Creatieve verwerking:

    Affiche of poster i.v.m. pesten ontwerpen

    Poster


    Pesten wat doe je eraan?

    Het is belangrijk dat leerlingen beseffen dat iemand die gepest wordt, met dat probleem niet mag blijven zitten. Wie het niet kan (durft) zeggen, kan dat ook schrijven (b.v. ideeënbus).

    Maar... hij moet het zeker aan een vertrouwenspersoon kwijt. Die bezorgt de gepeste weer een gevoel van eigenwaarde. Vanuit dat gevoel durven mensen meer opkomen voor zichzelf, zich weerbaarder opstellen.

    Zolang er met alle partijen niet gepraat wordt, zolang de pestkoppen niet echt op hun fout worden gewezen, zal het probleem niet echt van de baan zijn.

    Het is belangrijk dat wij als opvoeders willen stilstaan bij elke vraag; ook al denken we dat het slechts om 'plagen' gaat. Weet dat plagen op de lange duur pesten kan worden. (Soms zie je aanvankelijk ook niet of het nu om plagen of pesten gaat.)

    Het is belangrijk dat pestkoppen weten dat pestgedrag niet geduld wordt. Van nature uit kennen pestkoppen de gevolgen van hun gedrag niet. Het is belangrijk dat we hen laten inzien welke problemen ze veroorzaken bij andere leerlingen. Weet dat pestkoppen ook leerlingen met problemen zijn, die geholpen moeten worden. Anders krijgen ze vroeg of laat te maken met maatschappelijke problemen. Weet dat je best pestkoppen beoordeelt op hun gedrag, nooit op hun persoon. (Niet: 'Je bent oneerlijk', maar 'Wat je deed, was oneerlijk'.)

    Hoe beter de band tussen de opvoeder en de pestkop, hoe groter de kans op een goed resultaat.

    Het is belangrijk dat de leerlingen die tot de middengroep (de stille getuigen) behoren, praten. Leerlingen moeten inzien dat niemand gelukkig is met hun stilzwijgen. Ze moeten beseffen dat ze iedereen (pestkoppen, gepesten, opvoeder, zelfs de hele klasgroep die onder dergelijke situaties kan lijden) een dienst bewijzen door het probleem bespreekbaar te maken.

    Spreken over pesten is niet klikken.


    Zesde leerjaar

    Uitgangspunt:

    Film: 'De tasjesdief', naar het gelijknamig boek van de Nederlandse jeugdauteur Mieke van Hooft.(1995) regisseur: Maria Peters

    Hoofdfiguur Alex is een jongen die vele uren besteedt aan het opzetten en het bestuderen van dierenskeletten. Zijn oma Roos is voor hem zijn beste vriendin en toeverlaat. Bij een bezoek aan haar blijkt dat Roos net overvallen is door Lucas en Evert, 2 broers, van wie Alex één herkent als een vroegere klasgenoot. De oma wil echter geen klacht indienen bij de politie uit angst door Alex' ma, haar dochter, in een bejaardentehuis geplaatst te worden. Ook Alex moet beloven niets over het voorval te verklappen. Wanneer de broers dit doorhebben, beginnen ze Alex te chanteren en te stalken.

    Alle ingrediënten van pesten komen aan bod: verbaal en fysiek geweld, geld aftroggelen, persoonlijke bezittingen vernielen, bedreigingen, enz. Alex wordt zelfs verplicht criminele feiten te plegen. Hij komt in zijn ellendige situatie heel alleen te staan, en dreigt er ook psychisch aan kapot te gaan... Een beklijvende film die bij de leerlingen heel wat emoties losmaakt, hen doet nadenken over de rol van pester en gepeste en duidelijk maakt tot welke ernstige gevolgen het pesten kan leiden.

    Lesonderwerpen: (Achtergrondinfo uit de educatieve map 'Pesten, je kan er heel wat aan verhelpen' van Jeugd & Vrede)

  • Plagen, ruziemaken en pesten: het grote verschil.
  • Pesten, wie doet mee en wat gebeurt er? Pesten, er is altijd wat aan te doen!
  • Creatieve verwerking:

    'Graffiti'-slogans i.v.m. pesten ontwerpen

    Graffiti


    Ter afsluiting van deze projectweek...

    Voor het 1ste, 2de en 3de leerjaar

    'Lancelotje' (Een multimediaal project voor kinderen van 5 tot 9 jaar) van Geert De Kockere

    Lancelotje (eigenlijk heet hij Albèèèèèèèèèèrt) is een woeste krijger. 'Ik krijg je wel!' roept hij steeds. Met zijn vuist slaat hij alles kort en klein... In de voorstelling slaapt Lancelot... op zijn paard, want hij verschrikkelijk moe. Moe van het vechten. Maar hij wordt niet met rust gelaten. Hij wordt geplaagd door een groep bengeltjes. Liefst van al zou hij ze willen platknijpen. Maar hij is te moe. Tot een van die sloebers er in slaagt om die rare helm van zijn hoofd te gooien. Dan...

    Voor het 4de, 5de en 6de leerjaar

    Theatervoorstelling 'Pestkop' door Educatief Theater Antwerpen

    (Terug naar boven!)