GLISSANDOTECHNIEK
ANALYSEMETHODE
![]() |
Een leesmanier als (g)een ander… |
| Een uitgewerkte leesmethode (20 februari 1984) herwerkt op 24 februari
1998 .
Met dank aan alle leerkrachten eerste leerjaar uit de jongensschool voor hun correcte verwerking alsmede de taakleerkrachten mevr. Christiane Vande Graveele en de heer Strosse Pierre voor hun actieve medewerking en verrijkende gedachten. Meulebeke, 24 februari 1998.
|
INLEIDING
Meerdere jaren taakklaservaring hebben mij - en dit reeds van bij het begin- geleerd, dat op de veelvuldig voorkomende reversies bij de zwakke lezers enerzijds en bij het te trage tempo van de spellende lezers anderzijds, er meer preventief zou moeten gewerkt worden.
Rekenen is geen tellen en lezen is geen spellen!
Wij lezen dagelijks veel! Als we even gaan nadenken hoe wij lezen, dan stellen we vast, dat onze ogen reeds veel verder zijn dan hetgeen we effectief lezen. Ze lopen voor! De omzetting in onze hersenen (hoe snel ook)verloopt trager!
Wanneer we de leestechniek van de geoefende lezers analyseren, stellen wij vast , dat er een heel snelle omzetting is van het grafeem (lettersymbool) in een klank (foneem).Dat is pas mogelijk door het perfect samenspel van de visuele en auditieve waarneming, het geheugen - dat aan bepaalde symbolen een eigen klankwaarde toekent - en de spraakorganen. Dit samenspel is bij de vlotte lezers zo geautomatiseerd, dat er van nadenken (op technisch vlak ) geen sprake meer is.
Als we nu van bij het begin de kinderen uitleggen wat onze ogen precies doen (voorlopen) en hoe we de letters als het ware aan elkaar glijden ( hierbij helpt de techniek een beetje) en op welke manier we die glijbeweging met onze motoriek behelpen (handbeweging van links naar rechts), dan meen ik uit ervaring van 14 jaar toepassing te mogen besluiten, dat van bij het vertrekpunt lezen zonder spellen echt mogelijk is!
Zo kunnen we het leestempo én de moeilijkheidsgraad gestructureerd snel gaan opdrijven . Wij vinden geen spellende lezers meer en de reversies, door de preventieve verwerking, verdwijnen als sneeuw voor de zon! Aangenaam is het ook om vast te stellen, dat de kinderen, eenmaal ze een paar letters kennen, zelf tot eigen combinaties komen. Zij leren echt zelfstandig lezen. Zelfs de zwakke lezers kunnen dit op het einde van het eerste leerjaar aan! Het valt op hoe kinderen thuis creatief zelf nieuwe woorden gaan zoeken! Zelfs meerdere medeklinkers achteraan een woord vormen geen probleem meer! Door het glijden wordt bijvoorbeeld "meest" niet meer als "meets" gelezen, wordt "laatst" glijdend juist gelezen en worden de medeklinkers niet meer verwisseld!
Het is ook de bedoeling om op die manier ( door zelfstandig zoeken en zelfcorrectie) de leeshulp tot een minimum te herleiden. Op deze wijze kunnen ook leesmoeders ingeschakeld worden die, door hun eenvoudige vermelding 'fout' de kinderen aanzetten om zichzelf te gaan verbeteren, immers leesmoeders kunnen geen technische uitleg geven!
In deze werkmanier leren de leerlingen volgens een doelbewuste aanbreng van de letters en met motorische vingerbegeleiding glijdend lezen. Hierbij herkennen ze na een zekere tijd heel snel letter per letter. Vervolgens wordt hun aandacht geconcentreerd op het herkennen van letterstukken en woordstukken. Hun creativiteit tot het zelf ontdekken van vele leesmoeilijkheden doet hen via de begeleiding van lettergroepen en woordstukken tot zelflezen komen. Het doen wordt belangrijk, het begeleiden is nu de boodschap. Een leerkracht wordt begeleider in plaats van leider!
1 GLISSANDO - EN ANALYSEMETHODE
Een leesmanier als (g)een ander…
1.1 Waarom glissando?
Ter verduidelijking van deze term moeten we naar de muziek. "Glissando" betekent in de muziek 'verbinden'. Toegepast bij het lezen kunnen we zeggen, dat de kinderen vanaf het begin, gekoppeld aan een motorische van links naar rechts bewegende handbegeleiding van de ene klank naar de andere glijden! Zo beginnen we onmiddellijk aan de grondhouding die onze ogen bij het lezen later zullen aannemen: onze ogen lopen van links naar rechts voor op hetgeen we uitspreken. M.a.w. we gaan heel rap normaal lezen ( het spellen van de letters valt dus weg!!!).
1.2 Waarom analyse?
Het is in een latere fase ( +/- derde trimester) heel belangrijk dat de leerlingen woordstukken als globaliteit in een woord of in een zin gaan herkennen.
Bijvoorbeeld in het woord 'beginnen' treffen we drie interessante delen aan:
Wanneer de kinderen die stukken heel snel weten te vinden, zal het leestempo dus ook heel vlug de hoogte ingaan. Dus globaalstukken in de leesmethode inbrengen is renderend. Zinsdelen zoals 'van', 'in', 'een', enz… worden in de zin globaal geanalyseerd ( zie ook 5.3.: Noot).
2 DE AANVANGSFASE
2.1 Tijdens de kleuterklassen worden veel voorbereidende leesoefeningen gegeven. Zowel auditieve als visuele discriminatie, zingeving, lateralisatie, taalbeheersing, logisch denken, auditieve synthese worden voldoende aangebracht! Maar niets belet, dat ook in het eerste leerjaar deze voorbereidingen bij de aanvang nog grondig aan bod komen!
2.2 De links - rechts motoriek.
Heel belangrijk is het voor de leerlingen dat ze de links- rechts werkhouding reeds vanuit de kleuterklas hebben meegekregen. Bij lateralisatie kunnen de linkshandigen ( met hun omgekeerde werkhouding) daar vanzelfsprekend veel last mee hebben!
3 ENKELE VOORAFGAANDE GEDACHTEN
3.1 De letters
Een zuivere verklanking van het grafeem is noodzakelijk! (dus geen 'de','ze','we' enz…
3.2 Indeling.
We kunnen alle letters in 3 groepen indelen:
Deze werkmanier veronderstelt geen opgelegd handboek! Iedere leerkracht kan ze - mits een soepele opstelling en aanpassing - toepassen. Er dient echter wel rekening gehouden te worden met de eigenheid van de gebruikte letters ( klinkers en aanverwanten/ glijders/ ploffers)
4 DE LEESTECHNIEK
4.1 We leren - rekening houdend met onze eigen leesmethode - enkele klinkers en glijders aan.( 2 is reeds voldoende … van elk één…).Zodra we die kennen, kunnen we onmiddellijk de leestechniek toepassen ( de leesrijpheid moet vanzelfsprekend ook bereikt zijn!). Het is dan ook niet verrassend, dat vanaf de tweede week van september de kinderen reeds daadwerkelijk kunnen lezen!
4.2 De motorische vingerbegeleiding.
Leerlingen glijden van de ene letter naar de andere, terwijl hun vinger van links naar rechts de glijbeweging motorisch ondersteunt en daardoor de hersenen helpt om deze geijkte beweging door te voeren.. M.a.w. terwijl de mond de beginletter aanhoudt, ontcijfert het geheugen, dank zij de ogen, reeds het volgende visuele letterbeeld en beveelt de spraakorganen om het grafeem in het juiste foneem ( verklanking van het symbool) om te zetten. Door het aanhouden van de letters , zonder adempauze, glijden de letters aan elkaar. Het is dan vanzelfsprekend ook belangrijk dat de eerste letter in het begin van ons lezen steeds een glijder is( een letter die kan aangehouden worden)
| ONZE OGEN EN ONZE HERSENEN, GESTEUND DOOR ONZE MOTORISCHE VINGERBEGELEIDING (van links naar rechts) GLIJDEN ZO VAN DE ENE LETTER NAAR DE ANDERE EN BEVELEN ONZE SPRAAKORGANEN HET GANSE PROCES DOOR HUN VERKLANKING TE VERVOLLEDIGEN. |
5 DE STAPPEN
Deel 1: DE LETTERS
5.1 De eerste glijsynthese. ( KOP - BUIK).
Bijv. 'ra' 'fee' 'lo'… Onze mond verklankt de eerste letter en houdt hem aan.
Zo hebben onze ogen rustig de tijd om de volgende letter te ontcijferen en zonder adempauze tot verklanking te komen en te glijden! Ondertussen ondersteunt onze vinger motorisch en van links naar rechts deze glijbeweging. ( Ook lezen is een motorische oefening!)
Het is, om het proces nog vlotter te laten verlopen, interessant om oefenrijen aan te leggen. raa - maa - laa fo - zo - no ( steeds met glijders vooraan).
5.2 De tweede glijsynthese.( KOP - BUIK - STAART)
Bijv. roos maat …
Steeds met glijders! Steeds met motorische vingerbegeleiding ( van links naar rechts)!
5.3 De derde glijsynthese.( KOP ploffer- BUIK - STAART)
Het glijden met niet- glijders kan enkel maar goed slagen als de glijbeweging reeds zo geautomatiseerd is, dat alles als vanzelf gebeurt. Het is precies als leren rijden met een auto… eerst lopen onze gedachten vooruit op elke handeling die zal uitgevoerd worden, later gebeurt alles vanzelf!
TIP: Om met niet- glijders nog vlottere syntheses te maken, kunnen we de leerlingen helpen door de mondstand te houden volgens de beginnende - niet - glijder- kop maar toch de buik uit te spreken.
Noot.
Wil men zo vlug mogelijk in zinsverband tot normaal lezen komen, dan is de herkenning van enkele globaalwoorden noodzakelijk! Bijvoorbeeld de, het, een , aan , van , …deze lijsten kunnen aangelegd worden en regelmatig herhaald worden (zie globaalmethode van vroeger).
Onze methode is dus sterk gebaseerd op KOP - BUIK lezen en niet zoals vroeger BUIK - STAART( bijv. aas - kaas) of op spellend lezen (k - aa - s: kaas) . Wij menen te weten dat zwakke lezers door deze laatste tot reversies worden aangezet!
Deel 2: DE KLUSTERS ( lettergroepen)
Ook hier kunnen we rekening houden met de glijders. Heel wat klusters (bijna allemaal) hebben de glijder in hun eindletter. Hier kan glissandolezen dus ook verder toegepast worden. Ook de motorische vingerbegeleiding blijft van groot belang!
5.4 De indeling in families
Deze families zijn zo gekozen omdat ze als eindletter dezelfde klank en meestal glijder hebben. Eenmaal één kluster ervan gekend is, zijn ook de andere vrij snel naar analogie gekend en toepasbaar.
Het is dan ook ten zeerste aan te raden naast de gewone letterkaartjes ook de klusterkaartjes als een soort tweede letterreeks aan de kinderen aan te bieden. Het dagelijks herhalen van deze klusterkaartjes (net zoals de letterkaartjes in het eerste trimester) helpt de kinderen vooruit om hun leestechniek te verbeteren. De bedoeling is dat de leerlingen de klustergroep onmiddellijk van grafeem (symbool) tot foneem ( klank) weten om te buigen!
6 DE SPELLINGSPATRONEN
Net zoals we in de woorden de klusters weten te onderscheiden als één geheel ( of mogen we haast zeggen als één klank), zo ook stellen we vast, dat in zeer veel woorden stukken voorkomen die veelvuldig terugkeren. Denk maar aan het voorvoegsel "ge-".
Het komt er op aan om woordgroepen binnen een woord te gaan herkennen door onmiddellijk te kunnen analyseren. Daarom leggen we ook voor deze lettergroepen analogische woordenrijen( of spellingspatronen omdat die ook in spelling kunnen aangewend worden) aan.
6.1 De familie van de "ui"( de taartenfamilie met de brandende kaarsjes): ui aai ooi oei ei ('ie'-klank achteraan)
Hier lijkt het me ideaal om de "ei" bij de "ui" te plaatsen. De "ei" heeft zowel visueel als auditief dezelfde eindklank als de "ui" zodat, eenmaal dit vaststaat veel verwarringen ie / ei volledig verdwijnen.
6.2 De familie van de "ou": ou au eeu ieu ( 'w'-klank achteraan)
Zowel visueel als auditief dezelfde eindklank!
6.3 De "de" lijst.
Deze lijst is opgebouwd uit woorden geladen met stukken die allen dezelfde klank hebben als "de". de ge be ze enz…
Uitz.: 'deze' zal als globaalwoord moeten aangebracht worden!
6.4 De "ver" -lijst.
Alle woorden die met "ver" beginnen. "Ver" moet echter wel voor een betekenisvol woord staan! "Verte" bijvoorbeeld wordt normaal gelezen omdat na "ver" geen betekenisvol woord staat.
6.5 De grote staartenlijst.
Deze lijst omvat 3 nevenfamilies -er -en - el -es.
Alle woorden die eindigen op één van deze drie lettergroepen.
6.6 De lijst "regel van 1" (open lettergreep).
Regel:Wanneer er na de klinker maar 1 medeklinker volgt, wordt deze klinker lang uitgesproken…
6.7 De lijst "regel van 2"( gesloten lettergreep).
Regel: Wanneer er na de klinker 2 medeklinkers( daarom niet noodzakelijk dezelfde) of meer volgen, dan blijft de klinker kort.
6.8 De "- ig" lijst.
Alle woorden met " - ig" achteraan.
6.9 De "lijk" lijst.
Alle woorden met "lijk" achteraan.
6.10 De "ng" en de "nk" lijst.
Woorden waarin deze nasale klank voorkomt staan in dezelfde lijst.
6.11 De "heid" lijst.
6.12 De "tie" lijst politie, actie…
6.13 De "aard" lijst.
6.14 De "teit" lijst.
De toepassing van de spellingspatronen.
1 Nadat alle lijsten aangebracht zijn, kunnen we, regelmatig door het verwijzen naar, gaan oefenen. Moeilijke woorden worden klassikaal ontleed en in de juiste kolommen aangebracht om vervolgens leestechnisch te worden verwerkt. Vanzelfsprekend kunnen veel woorden in meer dan één lijst worden ondergebracht.
Het woord "neergeschreven" kan in 3 verschillende kolommen worden geplaatst.
2 Resultaten bij lezen.
Wanneer deze klassikale analyseringsoefeningen regelmatig uitgevoerd worden, stellen we vast, dat na verloop van tijd ook de zwakke lezers zelfstandig aan technische woordontleding toe zijn! Ze lezen dan ook volgens de analyse - glissandomethode. Na verloop van tijd gaat het zelfs vrij vlot.
Tot onze grote voldoening werd dit reeds door het PMS in het MDT vastgesteld.
3 Toepassing in spelling.
Ik denk, wanneer we op deze manier ook proberen aan spelling te doen ( leerlingen bekijken de woordstructuur en schrijven het woord neer in meerdere kolommen), de leerlingen niet alleen gemakkelijker technisch gaan lezen maar ook doelbewuster aan spelling gaan doen, zodat de foutenlast minimaal wordt!
Immers via auditieve weg zullen de leerlingen deze woordstukken of lettergroepen met de spellingspatronen weten te identificeren.
Meulebeke, 25.2.98. Marc Lemiengre