| Les 1: Les met stoelen
A. Doelstellingen:
snelheid;
algemene bewegingsvaardigheid ontwikkelen;
creativiteit stimuleren;
verschillende spiergroepen oefenen.
B.
Les:
a. Opwarming:
We verdelen de klas in groepjes en plaatsen voor elk groepje een rij
stoelen:
op handen en voeten slalom langs de stoelen, voorwaarts/achterwaarts;
op knieën en voeten slalom langs de stoelen, voorwaarts/achterwaarts;
al hinkend op linker-/rechterbeen voorwaarts/achterwaarts rond de stoelen;
al huppend voorwaarts/achterwaarts rond de stoelen;
al huppelend voorwaarts rond de stoelen;
onder de stoelen kruipen; onder de voorkant, onder de zijkant;
over de stoelen kruipen.
b. Eigenlijke les:
Eén stoel per leerling:
de leerkracht geeft bevelen: voor, op, naast, onder; de stoel staat
voor/achter u; jij staat voor/achter de stoel;
in zit op de stoel, benen strekken en een halve draai maken en de benen
blijven gestrekt;
in zit op de stoel beide benen buigen en strekken;
in zit op de stoel linker- /rechterbeen buigen en strekken;
in zit op de stoel linker- en rechterbeen afwisselend buigen en strekken;
in buiklig op de stoel en zwemmen (benen mogen niet zakken);
in ruglig (wie kan liggen als een plank/als een zak bloem?);
in ruglig op de stoel, rechterbeen/linkerbeen/beide benen heffen tot
90° en laten zakken tot 45° (niet lager);
stoel in beide handen nemen en 5 maal opduwen boven het hoofd ( 10X,
20X);
in zit op de stoel, voeten van de grond, proberen met je handen aan
de grond te komen;
één been gestrekt op de stoel, en één been
gestrekt in stand op de grond; een halve toer huppen rond de stoel ( linker-/rechterbeen
gestrekt);
één been gestrekt op de stoel en één been
gestrekt in stand op de grond, romp zijwaarts/voorwaarts buigen naar het
been op de stoel/grond;
in zit op de stoel, armen 90° zijwaarts geheven, proberen recht
te staan op de stoel, zonder de handen te gebruiken;
op één been op stoel staan; wie durft staat in waagstand!;
in 4,10,20,... tijden rond de stoel huppen/hinken/lopen;
stoel neerleggen en erover springen;
stoel recht zetten: onder de stoel kruipen op verschillende manieren:
achterwaarts, op je buik, op je rug,....
Alle stoelen in cirkelvorm opstellen:
rond de kring lopen tot aan je eigen stoel;
rond de kring lopen en 2 stoelen verder/vroeger stoppen;
zigzag lopen tussen de stoelen (voorwaarts en rugwaarts);
onder/over de stoelen kruipen;
leerlingen nummeren per 3: leerkracht zegt een nummer en die leerlingen
proberen hun voorganger in te halen.
Leerlingen verdelen in 4 groepen:
maak met al jullie stoelen een huis waar je allemaal kan zitten;
maak met al jullie stoelen een huis waar je allemaal onder kan kruipen.
c. Slot.
Stoelendans.
|
| Les 2: Les met indiaca's en hoeden
De leerlingen brengen zelf 1 of 2 verschillende hoofddeksels mee. Probeer
zelf enkele speciale hoofddeksels mee te brengen.
De indiaca's kunnen gemaakt worden in een les handenarbeid. Neem
enkele bladeren krantenpapier. Het papier vast oprollen tot een mooi balletje.
Het bolletje in een hoek van een plastiekzak stoppen. ( zakken van een
warenhuis gaan het best ) Dit bolletje vast omdraaien en kleefband errond
doen. De oren van de zak mogen afgeknipt worden.
A. Doelstellingen:
oog-handcoördinatie bevorderen;
vreugdebeleving;
schatten van afstanden bevorderen;
creativiteit ontwikkelen en stimuleren;
ruimteperceptie bevorderen.
B. Les:
a. Opwarming:
Eerste graad: 'Vos en kuikens'
De leerlingen worden verdeeld in groepjes van 5 leerlingen. Eén
vos en 4 kuikens. De vos staat voor de kuikens (met z'n gezicht ernaar).
De kuikens hebben elkaar stevig vast (armen rond buik). Nu probeert de
vos het laatste kuiken aan te tikken. Daarna wordt er omgewisseld.
Tweede graad: 'Paard en ruiter'
De leerlingen staan per 2 als paard en ruiter in een kring. Op signaal
springt de ruiter van het paard, kruipt onder de benen van het paard, loopt
1 toer rond de kring en springt terug op de rug van het paard. Daarna omwisselen.
Derde graad: 'Beroepenslag'
De leerlingen staan per 4,5 achter in stervorm in een kring. In het
midden van de kring liggen een aantal (= aantal groepen -1) voorwerpen.
Elk lid van de groep heeft een bepaald beroep. Vb. er zijn 5 kruideniers,
5 dokters,.... De spelleider roept 1 beroep, dan lopen de leerlingen1 toer
rond de kring, kruipen onder de benen van de leerlingen van hun groep en
proberen zo rap mogelijk 1 voorwerp te nemen. De groep die geen voorwerp
heeft is verloren.
b. Eigenlijke les:
Indiaca's (kunnen vervangen worden door ballen):
opwerpen en vangen;
opwerpen en aantal malen in handen klappen;
opwerpen omdraaien en vangen;
van onder been omhoog slaan en vangen. (tennis);
met hand omhoog slaan/werpen en vangen;
zelf oefening uitvinden;
per 2: één indiaca:
- naar elkaar werpen, voorwaarts, rugwaarts;
- door hoepel werpen;
- onder benen werpen;
- hoog, laag werpen;
- 10X, 20X na elkaar werpen, zonder te laten vallen;
- eerst voor jezelf opwerpen en dan over werpen;
per 2, 2 indiaca's:
- naar elkaar werpen, één werpt laag, de andere hoog /
één werpt rechts, de andere links / beiden hoog werpen, beiden
laag werpen;
- één werpt voor zichzelf op en vangt terug op terwijl
twee rond één stapt en tegelijkertijd ook werpt en vangt.
Hoeden:
de hoeden liggen in de zaal; de leerlingen wandelen errond, om ze te
bekijken;
idem vorige oef., maar op signaal van de leerkracht blijven ze in een
gekke houding staan bij een hoed;
idem vorige oef., maar die houding moet iets te maken hebben met de
hoed;
de leerlingen zetten 1 hoed op; als ze elkaar tegenkomen zeggen ze
elkaar goeiedag (en dit op verschillende manieren);
idem, maar goeiedag zeggen in functie van je hoed;
probeer je eigen personage uit te beelden;
met enkele leerlingen samen; maak een verhaaltje in functie van de
verschillende hoeden.
Tijdens de oefeningen regelmatig van hoed verwisselen.
|
Les
3: Les met kranten
A. Doelstellingen:
creativiteit ontwikkelen;
bewegingsbewustzijn ontwikkelen;
lateralisatie ontwikkelen;
snelheid.
B. Les:
a. Opwarming:
Leg de kranten in rijen van 4, 5, ... achter elkaar met telkens ongeveer
1 meter tussen.
Estafetten:
slalom lopen, hinken, huppen, kruipen, zowel voorwaarts als achterwaarts
als zijwaarts;
idem vorige oefening maar erover;
met 1 krant op de rug, slalom in 4 voetensteun (idem krant op buik);
met 1 krant op je hoofd slalom lopen;
met 1 krant op je handpalm slalom lopen;
met 1 krant op je rug slalom lopen.
b. Eigenlijke les:
DE KRANTEN WORDEN NIET GESCHEURD.
- de kranten liggen verspreid in de zaal; tik zo vlug mogelijk 4-5-6-10-...kranten;
- op signaal per 3, 4 op één krant gaan staan;
- op signaal 2 andere leerlingen tikken, 1 krant en 1 maal de grond;
- op de krant staan: vouw hem 2, 3, 4, 5, 6, ... maal en ga er telkens
op staan (vouwen op signaal van de leerkracht);
- ga op 10 verschillende manieren op je krant staan, liggen, zitten;
- de krant ligt voor je voeten, voer de volgende opdrachten uit:
- ga op/onder/voor/achter je krant staan;
- ga rechts/links van je krant staan;
- de krant ligt links/rechts van jou.
- wandel door de zaal en probeer je in te leven in de volgende situaties:
- het papier wordt steeds warmer;
- je hebt een 'gestolen pakje' in je handen; (of 'hoed', 'strandmatje',
'sjaal', 'masker', 'brandend pakje', 'vies pakje', 'geschenkje', 'iets
heel lekkers');
- het papier is ijskoud;
- het papier is heel glibberig;
- het papier krijgt een onaangename geur;
- het papier kleeft enorm;
- het papier zit vol elektriciteit;
- op het papier staat een groot geheim.
- je gaat zitten en je leest in je krant de volgende berichten:
- een droevig bericht;
- een briefje van je liefje;
- een sportbericht van je favoriete sportclub, die gewonnen heeft;
- een goeie mop;
- een gruwelverhaal;
- een lekker recept;
- een berichtje waarmee je helemaal niet akkoord gaat.
- opdrachten per 2:
- in je krant staat een foto, bekijk die foto, draai je krant om en neem
de houding over, je partner raadt wie of wat je doet of bent (wisselen);
- de eerste leest een artikel in de krant, beeldt dit uit, en nummer
twee probeert te achterhalen welk soort artikel het is.
- doe de leerkracht na:
- blad dubbel vouwen;
- hoekjes omplooien;
- blad in lengte/breedte oprollen;
- puntzakje maken;
- boot of hoed maken;
- blad omhoog werpen en vangen;
- rondlopen met blad tegen buik, handen op je rug.
- de leerlingen staan in groepjes van 10 bij elkaar en hebben elk een
blad papier.
- geef 5 bladen papier door zonder één te laten vallen;
bij een tweede beurt mag het papier niet meer met de vingers genomen worden;
- breng een blad naar de overkant van de zaal: zonder je handen te gebruiken
/ gebruik enkel lichaamsdelen van je rechterkant / gebruik enkel knieën
of voeten;
- maak 10 hoeden, breng ze naar de overkant via een hindernissenbaan;
de hoeden mogen niet vastgehouden worden;
- vouw 10 schepen, breng ze naar de overkant door ze elke keer met een
ander lichaamsdeel voort te schuiven.
- de leerlingen staan per twee in de zaal; ze scheuren diverse vormen
uit hun krant: cirkels, lange repen, letters, woorden.
- beide partners zoeken hoe ze de verschillende vormen in beweging kunnen
omzetten; vb. cirkel: leerlingen rollen in bolletje; lange reep: rechtveren
vanuit hurkstand.
- maak van deze bewegingen een herhaalbare reeks die samen met de partner
uitgevoerd kan worden;
- de reeks kan begeleid worden op slaginstrumenten (of door zelf te klappen):
vb. cirkel = 5 maal op trom slaan; lange reep = 3 maal slaan op cimbaal.
- de leerlingen staan in een kring. Iedereen mag om beurt 1 geluid maken
met zijn krant (je krant mag stuk): vb. krant verfrommelen, traag scheuren,
erop blazen, opvouwen, ...
|
Les
4: Les met boekentassen
A. Doelstellingen:
expressie;
snelheid;
algemene bewegingsvaardigheden ontwikkelen;
creativiteit ontwikkelen.
B. Les:
a. Opwarming:
- de boekentassen staan in een kring:
- slalom lopen, hinken, huppen, op handen en voeten,.... voorwaarts,
rugwaarts, ...;
- erover huppen, hinken, lopen,.... voorwaarts, rugwaarts,...;
- langs de buitenkant van de boekentassen lopen;
- langs de binnenkant hinken, huppen.
b. Eigenlijke les:
- de leerkracht vertelt een verhaal en de leerlingen voeren alles
uit.
Op weg naar het werk, met je boekentas in de hand,
wandel je op het voetpad. Je springt op en af de stoeprand. Rood licht
voor de voetgangers. Druk op de knop, even wachten, het wordt groen. Je
boekentas begint zwaar te wegen. Je blijft staan en je steekt 5 maal je
boekentas met je twee handen omhoog. Je steekt de straat over en je slaat
rechts af. Oef, we zijn er. Je gaat binnen langs een zware deur. Met de
roltrap ga je naar boven naar het eerste verdiep. Hup, de roltrap is ten
einde, je wandelt de gang door, naar rechts, naar links nog een stukje
rechtdoor en we staan voor de deur van ons bureel. Waar is je sleutel nu?
Ah, in mijn boekentas. Je haalt de sleutel eruit, ontsluit de deur en gaat
naar binnen. De tas wordt op het bureau gezwierd, opengedaan en alles wat
je vandaag zal nodig hebben haal je uit je boekentas. Je gaat zitten en
doet je werk. Eerst ga je enkele brieven sorteren. Daarna doe je de koptelefoon
aan en tikje een brief op je schrijfmachine. Daarna is er koffiepauze,
eerst haal je je kam uit je boekentas en kam je je haren. Daarna ga je,
met je boekentas, naar de refter. Eerst drink je er een kopje thee, en
daarna haal je enkele brieven uit je boekentas. Je deelt ze uit aan al
je vrienden. Daarna gaan je terug aan het werk. Om 16 uur word je bij de
baas geroepen. Je springt uit je stoel, loopt naar de baas, maar je struikelt
over je boekentas. Bij de baas mag je je neerzetten en hij dicteert je
een brief. Om 18 uur mag je naar huis. Je bergt alles op in je boekentas
en gaat naar beneden. Op straat gekomen bots je tegen iemand die je boekentas
afneemt en ermee wegloopt. Je loopt achter hem aan en na een tijdje zie
je je boekentas in een beek liggen. Je gaat op de oever staan en probeert
je boekentas eruit te halen. Het lukt je bijna, maar dan valt ze terug
in het water. Na een tijdje proberen krijg je ze toch op het droge. Alles
is nat. Eén voor één haal je alles eruit en droogt
het af. Daarna steek je alles terug in je boekentas en loop je vlug naar
huis.
- hoe draag ik mijn schooltas?
- ze is heel zwaar;
- ze weegt bijna niets;
- ze is vies en vuil;
- als ik me niet haast kom ik te laat;
- heel vrolijk;
- bah, ik ga niet graag naar school vandaag;
- draag nu zelf je boekentas op 10 verschillende manieren.
- boekentas voor je op de grond:
- spring er 10 maal over: voorwaarts, rugwaarts, zijwaarts, op linker-/rechterbeen,
benen samen;
- de leerkracht geeft de bevelen, de leerlingen voeren uit: ga links,
rechts, onder je boekentas staan; leg je boekentas rechts, links, onder,
op je;
- steek ze 10 maal met je 2 handen in de lucht;
- wie kan ze opsteken met één hand?
- laat ze rond je lichaam zwieren.
- uitbeelden: mijn boekentas is een.....
- een rugzak;
- een chique handtas;
- een zware reiskoffer;
- een boodschappentas;
- een aktentas;
- een brieventas van de postbode;
- een tas met heel veel geld.
- estafetten met de boekentassen: leg 4 of 5 boekentassen achter elkaar
op één rij...
- slalom lopen, kruipen op handen en voeten, rugwaarts lopen,...
- over de boekentassen hinken, huppen, huppelen, lopen,...
- rond elke boekentas één rondje lopen;
- lopen, eerste boekentas tikken, terugkeren, teruglopen en tweede boekentas
tikken, terugkeren, teruglopen en derde boekentas tikken,...
- lopen naar eerste boekentas en deze in de lucht steken, idem tweede,...
- per 4: maak een toneeltje met de boekentassen.
Tekeningen:
Tine Duyck 3de lj. A
|