|




|
Dienstbaar zijn is…
in de klas:
-de meester of de juffrouw helpen met het schoonvegen
van het bord, het uitdelen of ophalen van blaadjes en schriften, het opruimen
van de klas na een knutselles;
-mijn klasgenoten helpen als ze iets van de les of
een oefening niet goed begrijpen;
-het schrift en de werkblaadjes van een zieke klasgenoot
aanvullen;
-onze naam vrijwillig opgeven voor het takenbord;
-mijn materiaal uitlenen aan iemand die zijn spullen
vergeten is.
op school:
-een fietsketting helpen opleggen;
-iemand met verdriet een troostend woord toespreken;
-een gekwetste leerlingen naar de EHBO-koffer begeleiden;
-de deur openhouden als iemand met volle handen naar
buiten of naar binnen stapt;
-de tafels dekken en afruimen in de refter, helpen
bij de vaat;
-helpen bij het bedelen van het middageten;
-zomaar papiertjes oprapen op de speelplaats;
-een koek of een stuk fruit delen met iemand;
-een gepeste leerling helpen tegen pesterijen.
thuis:
-helpen bij de vaat of het schoonmaken;
-zonder morren mijn kamer opruimen of mijn bed opmaken;
-een handje toesteken in de tuin of in het huishouden.
op straat:
-een bejaarde helpen bij het oversteken op straat.
elders:
-de mis dienen (kerk);
-een zieke of oude buurman of -vrouw helpen, bijv.
door boodschappen te doen;
-een verlegen vriendje of vriendinnetje opnemen in
de groep (jeugdbeweging).
|